Restaureren

Pas restaureren ná RDW bezoek

 

Een schuurvondst:
Als het om een bijzondere Bugatti gaat is dat groot nieuws dat de hele wereld over gaat. Maar om dat moois weer rijdend te krijgen en er ook een kenteken voor te regelen moet het voertuig wel van onverdachte herkomst zijn.

Pas als laatste restaureren.

Meestal is de volgorde bij zo’n schuurvondst: de opknapper kopen, dan restaureren, lid worden van een merkenclub en dan voor een kenteken naar de RDW. Maar dat is de verkeerde volgorde. Om problemen te voorkomen moet het zo gaan: opknapper kopen, naar de RDW voor identificatie, dan de restauratie voorbereiden door lid te worden van de merkenclub en dan pas als allerlaatste aan de restauratie beginnen. Te vaak komt het nog voor dat er een prachtig gerestaureerde auto bij de RDW voor de kentekenkeuring komt maar dat er vervolgens helaas geen kenteken kan worden afgegeven. Dat is te voorkomen door de RDW voorafgaand aan een restauratie een voertuigidentificatie te laten doen. Laat dan zien hoe uw restauratieproject erbij staat, vertel wat u van plan bent, geef aan welke donordelen uit andere auto’s u gaat gebruiken. De RDW noteert dan de staat van het voertuig, maakt foto’s, geeft aan wat allemaal wel veranderd mag worden en vooral ook waar u niet mag aankomen. Aan de belangrijkste onderdelen wordt dan een loodje gehangen en de restauratie kan beginnen.

 

Matching numbers

Een auto kent drie hoofdonderdelen: het chassis, de aandrijflijn en de carrosserie. Die moeten te identificeren zijn als de restauratie begint. Als we even een Volkswagen Kever als voorbeeld nemen: daarbij staat het chassisnummer onder de achterbank op de middeltunnel ingeslagen, de motor heeft een nummer en vooraan bij de bandenbak zit een gepopnageld plaatje waar het chassisnummer op staat. Als dat origineel nog bij elkaar zit hebben we het over ‘matching numbers’. Bij een restauratie wordt alles weer nieuw in de verf gezet. Daarvoor wordt het bodyplaatje bij de bandenbak eraf gehaald. Dat kan problemen gaan geven, want wie kan garanderen dat er niet een heel andere body is gebruikt (afkomstig van diefstal) in plaats van de originele. Dat soort problemen wordt voorkomen bij identificatie vooraf door de RDW.

 

Alleen bij aanvraag kenteken. 

Een kentekenkeuring doet de RDW voor geïmporteerde voertuigen en voor voertuigen uit het ‘slapend’ bestand, waar het oorspronkelijke kenteken weer voor aangevraagd wordt. Bij omvangrijke restauraties van een voertuig waar al eerder een kenteken voor afgegeven is, zijn er veel minder problemen. Die restauraties hebben immers geen invloed op de geldigheid van het bestaande kenteken. Dan kan het voertuig wel van bijvoorbeeld een nieuwe neus of een andere motor worden voorzien.  Mooi voorbeeld: de oudste ambulance van Nederland Een mooi voorbeeld is de oudste ambulance van Nederland, een Dodge uit 1920 van Hans Waldeck, die na grondige restauratie haar debuut maakte op de 32e Nationale Oldtimerdag in Lelystad, vorige maand. Die werd als wrak gevonden, zonder motor en met de opbouw in verregaande staat van ontbinding en heel veel ontbrekende onderdelen. Daarvoor werd uit de VS een donor Dodge gehaald vooral voor de motor en plaatdelen. Alle plannen werden van te voren doorgenomen met de RDW. De oudste Nederlandse ambulance heeft nu het personenautokenteken DZ-16-23, maar zal vaker te zien zijn met het oude provinciale kenteken.  Bij restauratie moeten de verschillende delen van onverdachte herkomst zijn. 


Ogenblik a.u.b. ...