Deze was uitgerust met een sterkere motor en de koeling was met behulp van een ventilator. Het enige uiterlijke verschil met de A dat alle B2’s hadden was de hogere radiator en de horizontale motorkap.De 'torpédo-serie' behield de carrosserie van de A, de 'torpédo-luxe' had een 1 deurs koets en de 'torpédo-tourisme' een luxueuzere uitvoering dan de 'luxe'. Korte tijd is een B2 'torpédo sport' geleverd, die dezelfde carrosserie had als de A 'torpédo-sport'. Zij werd echter snel vervangen door de B2 Caddy, die was ontworpen door carrosseriebouwer Labourdette.
De B2’s van modeljaar 1922 zijn te herkennen aan slechts 3 ribben in de zijkant van de motorkap. De leverbare carrosserie-varianten waren talrijk: de bovengenoemde torpédo’s, een berline, een coupé (conduite interieure), een coupe de Ville en een Landoulette. De berline is een model met 6 zijramen en 3 deuren: een aan de bestuurderskant (voor de bestuurder) en twee aan de bijrijderskant. Er is korte tijd sprake van een berline met 4 zijruiten, maar dit model wordt nooit geleverd.
In 1923 wordt de motorkap vervangen door een met 16 ribben aan de zijkant, en de Normande, een met hout betimmerd bestelwagentje met linnen kap, doet haar intrede. Voor model jaar 1924 krijgen alle modellen standaard achterschokbrekers, en voor de taxi-maatschappijen wordt een kant en klare B2 Taxi leverbaar. Ook komt dat jaar een 3-zits B2 uit: deze heeft 2 versprongen luxe zitplaatsen en een strapontin (klapstoeltjes) naast de bestuurder.
1925 brengt veel Citroën nieuws; de Caddy en torpédo-serie worden uit productie genomen, er komt een B2 'trèfle' (3-zitter in klaverbladvorm) alsmede een 3-zitsmodel met vertikaal gedeelde voorruit. Dit laatste type krijgt als eerste Citroën een ruitenwisser. De basis van alle bovengenoemde B2’s was hout. André Citroen vond dat maar brandgevaarlijk en inefficiënt, want er was veel opslagruimte voor nodig om het hout uit te laten werken. Hij koopt daarom in Amerika persen om geheel stalen carrosserieën te bouwen, en zo ontstonden de beroemde/beruchte 'tout acier' Citroëns. Zij waren leverbaar als Torpedo en Berline, hadden een B2 mechaniek en werden 'officieus' B10 genoemd. Een uiterlijk verschil was dat de geheel stalen modellen rondere spatborden hadden. De tout acier carrosserieën blijken van een zeer slechte kwaliteit; het plaatwerk gaat op den duur scheuren.

Klik hier voor de technische details van de auto