Citroën type C3

Op de Salon in Parijs werd in 1921 de kleine Citroen 5 pk geïntroduceerd; zij was bedoeld om de zgn. “cyclecar”            (=autootje dat op een vierwielige motorfiets leek) te beconcurreren: tevens werd de “Citron”, zoals ze later vanwege haar felgele kleur genoemd zou gaan worden, speciaal aanbevolen voor vrouwen, omdat we “handzaam en elegant” was. De ontwerper van deze wellicht populairste achterwiel aangedreven Citroën was Edmond Moyet. 

In het eerste werkelijke productiejaar 1922, werden er slechts 700 stuks gemaakt; deze types zijn te herkennen aan een motorkap met drie ribben per kant en platte velgen met hielbandjes. Voor modeljaar 1923 (de benaming C werd C2) werd de ontsteking, bij de eerste types d.m.v. bobine en stroomverdeler, vervangen door een Magneto. Verder kreeg de motorkap 16 ribben, werd het chassis verzwaard, en werden de velgen door middel van een ingeperst profiel verstevigd. De 5pk bleef in deze gedaante voor 1924 gehandhaafd.

Vanaf oktober 1924 kwam de C3 in productie tot september 1925. Het laatste productiejaar bracht redelijk veel wijzigingen op technisch gebied; de watercirculatie werd geforceerd met behulp van een ventilator, de vering werd verbeterd (o.a. door schokbrekers achter) en de achteras werd vervangen door één van het BANJO type. Eind 1925 werden de laatste 5hp’s gemaakt, en deze onderscheiden zich door rondere spatborden. Er lag toen al een opvolger op de tekentafel bij Citroën een nieuw type 5cv met de uiterlijke kenmerken van de B14. Omdat André Citroën zich echter op één model wilde concentreren werd het project geschrapt. 


Carrosserieën.

Het eerste type was de twee persoons torpédo en zou blijven tot het eind van 1925; in 1923 werd de cabriolet 2 places hierbij gevoegd; zij had, in tegenstelling tot de torpédo zijruiten van glas. In 1924 deed de eerste 5Hp driezitter haar intrede;dit is niet de later zo beroemde Trefle (geïntroduceerd midden 1924) die de drie zitplaatsen in klaverblad vorm had, maar zij had twee versprongen vast plaatsen de bijrijder/ster kon plaats nemen op een strapontin (=klapstoeltje) naast de bestuurder. Natuurlijk was er een bestelversie leverbaar met een nuttig laadvermogen van 200kg. Vele carrosserie bouwers vierden hun talenten bot op het 5cv chassis om er een elegante Berline (conduite interieure) van te maken. Enkele hiervan waren Laboudette (ontwerper van de B2 Caddy ), Luchard en de Belgische koetswerkfabriek Matthys Frères en Osy.

 

Klik hier voor de technische details van de auto