Citroen type 8/10/15
De 8-10-15-serie geen erg opwindende geschiedenis; zij is slechts twee jaar in produktie. De 8-10-15 serie werd geïntroduceerd op de Salon de l’automobile van oktober 1932.
De carrosserie-constructie was van een iets andere opzet dan de voorgaande ”tout-acier”-modellen. De nieuwe constructie, “monopiece”, was robuster en steviger.
Technisch was de serie min of meer een voortzetting van de C4/C6 modellen. De motorvering was volgens het “floating power”-principe.
Voor het eerst echter was op de 8-10-15 een vrijwiel leverbaar, een in- / uitschakelbare constructie in de versnellingsbak waardoor niet op de motor kon worden afgeremd; dit had een soepeler rijden en een iets lager benzineverbruik tot gevolg.
De 8 wordt met zeven verschillende carrosserieën leverbaar. Onder de naam 10 Légère doet een 8 met 10-motor (1760 cc) haar intrede. De 10 had een iets grotere koets dan de 8. Ook hierbij was keus uit vele koetswerken. Enkele vroege 10's waren gebaseerd op de C4, maar kregen de neus van het nieuwe model; dit waren voornamelijk torpédo’s en taxi’s.
De tweede serie 6-cilinder-Citroëns was de 15, na de C6-modellen. Zij is makkelijk te herkennen aan de vijf verticale klepjes in de motorkap met vier bij de 8 en 10.
Ongetwijfeld de snelste uit deze serie is de 15 Légère met de koets van een 8. Zij was echter berucht vanwege haar zeer middelmatige wegligging; het onderstel van het lichte type was niet aangepast aan de te behalen hoge snelheden.
In maart 1933 werd de 15 leverbaar als “Grand Luxe”; een zeer luxueuse afwerking kenmerkte deze wagens, maar technisch was zij ongewijzigd.
Op de salon van 1933 werd een eenvoudige versie van de 8 gelanceerd, de “Demi-Luxe”: weinig chroom, geen bumpers en een motorkap met louvres in plaats van klepjes.
De speciale koetsen van SICAL die het jaar ervoor leverbaar waren werden vervangen door exemplaren van Manessius. De carrosserieën van Million-Guiet bleven ongewijzigd.
Ook werden op de salon een 8 met vijfde deur leverbaar, de commerciale. Verder wordt de 10 verkrijgbaar als “normale” en als “Grand-Luxe”.
De torpédo’s op basis van de C4 worden vervangen door nieuwe types. Het reservewiel bij de gesloten types 10 en 15 verdwijnt naar de achterkant.
Eind 1933 komt het woord stroomlijn in de mode. Gezien de hoge kosten van de mallen van de metaalpersen kan André Citroën eigenlijk niet op deze tendens inhaken voor wat betreft de 8-10-15-serie. Tevens voelde hij er niet voor veel extra investeringen te doen, omdat het immers een aflopende zaak was met de achterwielaangedreven Citroëns; de Traction stond op uitkomen.
Om de 8-10-15 serie toch een beetje een gestroomlijnd gezicht te geven komt de grille iets schuiner te staan; dit zijn de N.H. (= Nouvelle Habillage) modellen.

Enkele maanden later worden deze wagens voorzien van een onafhankelijke voorwiel-ophanging; zij krijgen een B toegevoegd achter de typenaam. Het merendeel van de verschillende carrosserieën wordt gehandhaafd.
In het voorjaar van 1934 wordt de Traction op de markt gebracht.
De produktie van de 8-10-15 zal nog een klein half jaar op een zeer laag pitje worden voortgezet en dan wordt zij vervangen door de UA-serie met ongeveer gelijke carrosserieën en Traction-motor.
De vaak gebruikte bijnaam Rosalie voor de 8-10-15-modellen hadden zij te danken aan de bijzonder goed uitgevallen duurtests met C6- en 8 chassis onder auspiciën van oliefabrikant YACCO.
| Chassisnummers |
| 8A |
1932
1933 |
800.000 - 807.000
807.001 - 828.000 |
| 8B |
1934 |
850.001 - 850.125 |
| 10A |
1932
1933
1934 |
250.000 - 253.500
253.501 - 267.000
267.001 - 275.504 |
| 10B |
1934
1935 |
420.000 - 424.100
424.101 - 425.900 |
| 10AL |
1932
1933
1934 |
290.000 - 291.200
291.201 - 298.200
298.201 - 300.092 |
| 10BL |
1934 |
460.000 - 461.313 |
| 15A |
1932
1933
1934
1935 |
650.000 - 651.000
651.001 - 653.500
653.501 - 654.000
654.001 - 654.469 |
| 15B |
1934 |
660.021 - 660.820 |
| 15AL |
1932
1933 |
670.000 - 670.500
670.001 - 672.300 |
| 15BL |
1934 |
675.000 - 675.226 |
| Motor/versnellingsbak |
| |
8 |
10 |
15 |
| Fiscale PK’s |
8 |
10 |
15 |
| aantal cilinders |
4 |
4 |
6 |
| boring/slag |
68/100 |
75/100 |
75/100 |
| cilinderinhoud |
1452 |
1767 |
2650 |
werkelijke pks/
toeren p.min. |
32/3200 |
36/3200 |
53/3200 |
| verhouding |
| 1e versnelling |
0,324 |
0,324 |
0,324 |
| 2e versnelling |
0,523 |
0,523 |
0,624 |
| 3e versnelling |
1 |
1 |
1 |
| achteruit |
0,266 |
0,266 |
0,266 |
| Carburateurs SOLEX |
| a) |
30
BFVG |
30
BFVG |
35
BFVG |
35
BFVG |
30
VAFD |
30
VAFD |
35
VAFD |
| b) |
8a |
10A/AL |
15A |
15AL |
8 |
10 |
15 |
| c) |
22 |
24 |
26 |
26 |
22 |
24 |
26 |
| d) |
105/110 |
120/115 |
130/135 |
135 |
110 |
125 |
145 |
| e) |
51/56 |
56/51 |
51 |
56 |
240 |
250 |
260 |
| f) |
4/4,5 |
5 |
5,5 |
5,5 |
4,5 |
5,5 |
5,5 |
| g) |
145/140 |
155/170 |
165 |
165 |
125 |
125 |
165 |
| h) |
26 |
26 |
65 |
65 |
26 |
26 |
65 |
| i) |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2,5 |
a = type carburateur
b = type citroën
c = hoofdsproeier
d = mengbuis
e = stationairsproeier
f = startluchtsproeier
g = startbenzinesproeier
h = vlottergewicht
i = vlotternaald |
| Banden |
8A,10AL |
10AL'32 |
10A Berl. |
10A Fam. |
15AL |
15A |
| Maat |
140 x 40 |
150 x 40 |
150 x 40 |
160 x 40 |
160 x 40 |
160 x 40 |
Spanning
voor |
1,3 |
1,25 |
1,4 |
1,35 |
1,4 |
1,5 |
Spanning
achter |
1,4 |
1,4 |
1,4 |
1,6 |
1,4 |
1,6 |
|