Andre citroën Citroënclubs Citroënlinks Beurzen Evenementen Museas Bijzonderen Citroëns

Home

Infopatan

Lidmaatschap

Bestuur

Discussie

Annonces

Foto's

Contact
Citroen type 5 HP

Op de Parijsche Salon van 1921 werd de kleine Citroën 5PK geïntroduceerd; zij was bedoeld om de zgn 'cyclecar' (= auto'tje dat op vierwielige motorfiets leek) te bekonkurreren; tevens werd de 'Citron', zoals ze later vanwege haar felgele kleur genoemd zou gaan worden, speciaal aanbevolen voor vrouwen, aanbevolen, omdat ze 'handzaam en elegant' was. De ontwerper van deze wellicht populairste Citroën was Edmond Moyet.

In het eerste werkelijke produktiejaar, 1922, werden er slechts 7000 stuks gemaakt; deze types zijn te herkennen aan een motorkap met drie ribben per kant en platte velgen met hielbandjes.

Voor modeljaar 1923 (de benaming ging van C naar C2) werd de ontsteking, bij de eerste types dmv bobine en stroomverdeler, vervangen door een Magnéto. Verder kreeg de motorkap 16 ribben, werd het chassis verzwaard, en werden de velgen door middel van een ingeperst profiel verstevigd. De 5 cv bleef in dit gedaante voor 1924 gehandhaafd, maar het laatste produktiejaar, 1925, bracht redelijk veel wijzigingen op technisch gebied; de watercirculatie werd geforceerd met behulp van een ventilator, de vering werd verbeterd (oa door montage van schokbrekers achter), en de achteras werd vervangen door een van het BANJO-type. Eind 1925 worden de laatste 5HP ’s gemaakt, en deze onderscheiden zich door rondere spatborden. Er lag toen al een opvolger op de tekentafel bij Citroën: een nieuw type 5cv met de uiterlijke kenmerken van de B14. De geplande koetswerken waren een 2- en een 4-deurs gesloten carrosserie. Omdat André Citroën zich echter op één model wilde concentreren ( zie de vorige afleveringen van 'Citroën-types'), werd het project geschrapt.

Carrosserien
Het eerste type was de twee persoons torpédo en zou blijven tot het eind van 1925; in 1923 werd de cabriolet 2 places hierbij gevoegd; zij had, in tegenstelling tot de torpédo zijruiten van glas. In 1924 deed de eerste 5 HP driezitter haar intrede; dit is niet de later zo beroemde Trèfle (geintroduceerd midden 1924) die de drie zitplaatsen in klaverbladvorm had, maar zij had twee versprongen vaste zitplaatsen; de bijrijder/ster kon op een strapontin (=klapstoeltje) naast de bestuurder plaatsnemen.

Natuurlijk was er ook een bestelversie leverbaar; deze had een nuttig laadvermogen van ca. 200 kg. Vele carrossiers vierden hun talenten bot op het 5cv-chassis om er een elegante berline (conduite interieure) van te maken; enkele hiervan waren Labourdette (ontwerper van oa de Citroën B2 Caddy), Luchard en de Belgische koetswerkfabriek Matthys Frères en Osy.

Aantal versnellingen : 3 + a
- verhouding 1e : 0,316
- verhouding 2e : 0,562
- verhouding 3e : 1
Maximumsnelheid : 60 km/u
Banden/wielmaat : 715 x 115
- bandenspanning vóór : 1,5
- bandenspanning achter : 1,75
Wielvlucht : 2 graden18'
Fuséehelling : 1 ± 2 graden
Sporing : 5 ± 6 mm
Maten     
- wielbasis C/C2 : 2,25 m
- wielbasis C3 : 2,35 m
- spoorbreedte C/C2 : 1,18 m
- spoorbreedte C3 : 1,19 m
Lengte C/C2 - C3 : 3,20 m - 3,30 m
Breedte C/C2/C3 : 1,40 m
Hoogte C/C2/C3 : 1,55 m
Gewicht C : 543 kg
Gewicht C2 - C3 : 555 kg - 590 kg
Inhoud carter : 3,4 liter
Inhoud koelsysteem : 8 liter
Inhoud benzinetank : 18 liter
Inhoud versnellingsbak : 0,56 liter
Jaren van productie : 1922 - 1925
Chassisnummers 1922 : 1-6700
Chassisnummers 1923 : 6701-20150 / 101000-102200
Chassisnummers 1924 : 20151-47000 / 102201-103800
Chassisnummers 1925 : 47001-76000 / 103801-105232
Aantal cilinders : 4
Boring : 55 mm
Slag : 90 mm
Cilinderinhoud : 856 cc
Fiscale PK's : 5
Echte pk/toeren per minuut : 11 / 2100
Ontsteking : Magnéto
Ontstekingsvolgorde : 1-3-4-2
Carburateur Solex : 26 BFHD 26 HBFD 26 AHD
- hoofdsproeier  : 13 14 16
- mengbuis  : 70 85 85
- stationairsproeier  : 52 240 220
- startluchtsproeier  : 3 3 3,5
- startbenzinesproeier  : 115 115 120
- vlottergewicht  : 26 gr 26 gr 26 gr
- vlotternaald   : 2 2 2